Nanne Harm Luigies

Collectie Nanne Harm Luigies, Museum de Rietgors en het Legaat van Crefeld

Eind 30-er jaren begon de jonge Luigies met het verzamelen van toen “Hedendaagse Kunst”

Geïnspireerd door de ideeën van Bremmer en de collectie van mevrouw Kröller-Müller. Naast deze hedendaagse kunst, bestaande uitschilderijen en sculpturen verzamelde hij geheel volgens de aangegeven traditie vroeg Chinees porselein en aardewerk met monochrome glazuur.

In hoofdzaak çeladon (groen) en blanc de Chine (wit). In tegenstelling tot de vroegere generatie verzamelaar steunde hij niet op de galeriehouder en adviseur maar ging zelf naar de kunstenaars toe. Dit leidde tot zeer persoonlijke vriendschap met een aantal kunstenaars. Een aantal werken is dan ook in opdracht gemaakt of opgedragen aan. De meest bekende en langdurige vriendschap is die met Dolf Henkes.

Isaac van Crefeld

In het kunstenaarsmilieu rondom deze Rotterdammer leerde hij ook andere kunstenaars en verzamelaars kennen. Aan het eind van de dertiger jaren ontstond ook de vriendschap met de verzamelaar Isaac van Crefeld, die Luigies zeer geïnspireerd heeft en zijn aandacht heeft gevestigd op belangrijke kunstenaars als Sluyters, Rädecker en Hildo Krop.

Aan het eind van de WO II wordt van Crefeld gearresteerden geëxecuteerd. De collectie van Crefeld wordt beheerd door zijn zusters. Na het overlijden van de zusters wordt de collectie van Crefeld overgedragen aan en opgenomen in de collectie Museum de Rietgors . Dankzij de bemiddeling van de toenmalige conservator Adri Mouthaan die via Luigies de dames van Crefeld had leren kennen.

De kerncollectie wat betreft sculpturen door Rädecker en ook de topstukken door Jan Sluiters behoren tot dit legaat van Crefeld.

Naoorlogse werken

Het unieke en het zwaartepunt van de collectie Luigies ligt echter bij de naoorlogse werken. Vanuit zijn beroep als Sherry-importeur reisde Luigies vaak naar Spanje door Frankrijk. Hierbij bezocht hij Parijs met zijn vele ateliers en galeries en leerde hij Kahnweiler kennen. Vooral de vernieuwende kunstenaars uit het net bevrijde Europa hadden zijn voorkeur. De cobragroep en haar directe omgeving als leidraad. Hij verzamelde in een periode dat de gemiddelde Nederlandse zakenman bezig was met de wederopbouw van zijn bedrijf en elke cent daarin stopte. Daarmee was hij één van de weinigen in de 50-er jaren,die zijn geld investeerde in kunst van hoge kwaliteit.

Naast een uniek beeld van een gedreven verzamelaar is de collectie ook een afspiegeling van de kunstontwikkeling in Europa tussen 1935 en 1970.

 

Door een zeer weloverwogen aankoopbeleid door de conservator A. Mouthaan is de collectie door de jaren na 1976 uitgegroeid tot een uniek geheel.